Papier

We lezen erin. We leren eruit. Het ligt op ons werk.
We doen er boodschappen mee. Kortom, papier en karton
zijn een belangrijk onderdeel geworden van ons dagelijks leven.
En ook na het gebruik blijft het belangrijk als grondstof voor nieuw papier en karton.

Soorten:

Let bij de keuze van papier op de papierdikte, het gramgewicht (posttarieven), de druktechnieken en het doel van het drukwerk. Wij kunnen u hierover informeren.

Schrijfpapier

(licht gesatineerd en goed gelijmd):
voor administratieve documenten

Zelfkopiërend of doordrukpapier:
voor meerdere exemplaren van een (administratief) document

Offset papier:

Mat en stevig drukpapier

Romandruk:

Mat, zacht en opdikkend papier voor boeken

Satin & Eacute;:

Maximaal gestreken en gesatineerd papier waarop kleuren en beelden zeer goed uitkomen (zeer geschikt voor publicaties in kleur)

Gegomd en zelfklevend papier voor enveloppen, etiketten, Post-It notes & zegels

Pergamyn:

Vetdicht halftransparant melkachtig papier voor omslagen en verpakking van bijvoorbeeld kaas

Vinyl of zelfklevend vinyl:

voor stikkers, affiches en buitenreclame

Karton:

voor stevige verpakking

Eigenschappen

Houtvrij papier:

Om wit papier te bekomen wordt de structuur van de mechanische pulp (houtslijp) gewijzigd in chemische pulp (celstof). Het bevat vooral chemische pulp.

Houthoudend papier:

Dit papier bevat meer mechanische pulp en is minder wit, alsook minder sterk. Toepassing: vb. krantenpapier

Opaciteit:

Dit is de lichtdoorlaatbaarheid van het papier en is vooral belangrijk bij bedrukking langs beide kanten.

Zeef- en viltzijde:

Bij de eerste fase van papierpulp in de papiermachine ligt de pulp op een zeef. De kant van papier dat op de zeef heeft gelegen is ruwer (zeefzijde) dan de andere kant (viltzijde)

Looprichting:

De looprichting is de richting waarin de meeste vezels liggen en is vooral van belang voor het vouwen: de vouwlijn valt samen met de looprichting, zoniet kan het drukwerk ‘breken’.

Gestreken papier:

Dit papier is bedekt met een dunne strijklaag, die een effen oppervlak geeft en zeer goed bedrukbaar is voor quadridrukwerk. Ongestreken papier daarentegen is wel sterker en goedkoper.

Glans:

Als papier tussen walsrollen wordt gevoerd, krijgt het meer glans en wordt dan gesatineerd papier genoemd. Bovendien is het gladder en droogt het sneller na het drukken. Het verliest wel aan dikte, opaciteit en stijfheid.

Watermerk:

Een watermerk wordt aangebracht in de natpartij van de papiermachine en wordt vaak toegepast bij luxepapieren.

Gramgewicht:

De zwaarte van papier wordt uitgedrukt in aantal gram per m2

Opdikking:

Hiermee wordt de dikte van het papier aangeduid en wordt bepaald door de vezelsamenstelling. De mate van opdikking is uitgedrukt als een verhouding tussen dikte en gramgewicht.

Oppervlaktestructuur:

Papier krijgt een bepaalde structuur door het papier in de perspartij te persen met gestructureerde viltrollen.

Fabriekage van papier

Papier wordt meestal gemaakt van bomen, maar soms worden ook andere producten gebruikt, zoals bijv. wol (dierlijk), gras of bloemen (plantaardig) of nylon (synthetisch). Het hout dat voor papier wordt gebruikt is meestal afkomstig van uitdunningshout (het teveel aan bomen dat wordt uitgedund na beplanting), afval uit zagerijen of van speciale plantages. Hardhoutsoorten, zoals dikwijls voor buitenschrijnwerk wordt gebruikt, is absoluut ongeschikt wegens zijn harde vezels. Papier wordt dus niet gemaakt van subtropische regenwouden!

Het hout voor papier wordt eerst verpulverd, de pulp wordt dan gemengd met water, lijm, bleekstoffen en kleurstoffen, dan wordt de pulpmassa ontwaterd in de papiermachine:

- natpartij: de pulpmassa wordt op een zeef uitgegoten; het meeste water loopt door de zeef terwijl de massa overblijft

- perspartij: de papiermassa wordt door viltrollen geperst tot dunnen lagen

- droogpartij: de lagen papier worden gedroogd tot alle water is verdampt

Tenslotte krijgt het papier de gewenste dikte en gladheid door wrijvende en persende walsen.

Papier en milieu; Chloorvrij papier:

ECF- en TCF-papier zijn beide milieuvriendelijk

Bij de papierproductie wordt de papierpulp gebleekt, in 2 fasen en, traditioneel door middel van chloor, dat zeer schadelijk is voor het milieu. Voor de bleking van papier tracht men nu geen of minder chloor te gebruiken.

ECF of Elementair Chloorvrij Papier:

In de eerste fase van het bleekproces wordt chloor vervangen door zuurstof, waterstofperoxide of ozongas.

TCF of Totaal Chloorvrij Papier:

Zowel in de eerste als in de tweede fase van het bleekproces wordt geen chloor gebruikt. ECF en TCF-papier hebben wel het nadeel dat ze minder wit en minder sterk zijn, maar deze nadelen wegen niet op tegen de milieuvoordelen.

Gerecycleerd papier:

Om drukklaar gerecycleerd papier te maken, moet oud papier met chemische middelen worden ontinkt, wat een duur en milieu-onvriendelijk proces is. Bovendien kan papier slechts een vijtal keren worden herbruikt en is dan onvoldoende sterk, zodat weer nieuwe houtvezels moeten worden toegevoegd. Vandaar dat gerecycleerd papier hoofdzakelijk wordt gebruikt voor inpakpapier en kartonproductie. De wil om te recycleren is ondertussen gemeengoed geworden, er bestaat een ruim assortiment aan goed bedrukbare, milieuvriendelijke papierkwaliteiten.

cut it out!